Geschiedenis Berg en Dal



Geschiedenis Berg en Dal


Berg en Dal is in vele geschiedenisboeken terug te vinden. Berg en Dal ligt in het distrikt Brokopondo, zo'n 80 kilometer ten zuiden van Paramaribo in de jungle van Suriname. Brokopondo heeft in de vorige eeuwen veel inkomsten gehaald uit hout, goud en plantages. De uitgebreid gedocumenteerde geschiedenis van Berg en Dal, een bijzondere plaats aan de voet van de Blauwe Berg, is hieronder chronologisch terug te vinden.

Voorgeschiedenis Suriname


In Zuid Amerika ontstonden de eerste vormen van van landbouw rond 3000 voor Christus, in de omgeving van Manaus (Brazilië). Rond 500 na Christus trokken afstammelingen van deze Arowakken vanuit het Westen het laagland van de Guyana's binnen en verdreven waarschijnlijk de Surinen, een primitief volk dat leefde van visvangst en schelpdieren. Van deze Surinen is waarschijnlijk de naam Suriname afkomstig.

Rond 1200 na Christus werd het gebied binnengevallen door de Koriabo (Caraïben) die onder andere de Arowakken verdreven van hun landbouwgronden en daarmee de landbouwcultuur ineen deden storten. De Arowakken gingen daarna weer over op slash & burn-landbouw in het binnenland.


Schip van de West-Indische Compagnie
Aan het eind van de 15e eeuw bezochten ontdekkingsreizigers als Columbus, Amerigo Vespucci en Alonso de Ojeda het midden-amerikaanse gebied. Deze laatste, een Spaanse conquistador, was de eerste Europeaan die landde op de Surinaamse kust. Na nog een aantal bezoeken, vestigden zich in 1581 de eerste Nederlanders in het gebied. Onder andere vanwege de tegenstand door de lokale stammen werd deze vestiging weer opgeheven. In 1627 ontstond de eerste blijvende vestiging door Nederlanders in Berbice (huidige Brits Guyana), gevolgd door een vestiging in 1651 van de Engelsen aan de Surinamerivier onder leiding van de Britse gouverneur van Barbados, Lord Francis Willoughby. De expeditie van 1651 leidde tot een kolonie met de naam Willoughbyland, en bestond uit 500 suikerplantages en het fort Willoughby. Het werk werd vooral gedaan door de 2000 slaven in de kolonie.


Restanten van de synagoge te Jodensavanne
Bron: WikiPedia
Portugese Joden uit Nederlands-Brazilië volgden snel, en stichtten Jodensavanne (nabij Thorarica, de toenmalige hoofdstad van Suriname), een van de belangrijkste kolonisatievestigingen van Suriname gedurende de 16e tot de 18e eeuw. In Jodensavanne is de oudste synagoge van het westelijk halfrond gesticht. De resten van de synagoge zijn tot op de dag van vandaag te bezichtigen, tevens is er een eenvoudig huisje ingericht als museum.



Berg en Dal, ontwikkeling van een plantage




Francis Willoughby
Bron: WikiPedia

1651 - Eerste Europeanen in Berg en Dal


De geschiedenis van de plantage Berg en Dal begint bij de reeds genoemde Engelse baron Francis Willoughby, daar bij de expeditite van 1651 ook een plantage te Berg en Dal was aangelegd, de naam Jan Venman wordt hierbij genoemd.

Toen de Nederlandse Abraham Crijnssen in 1667 deze kolonie binnenviel, werd Bergi (zoals men in de volksmond zegt) door de Engelsen verwoest.
In 1709 is een militaire post gesticht bij de Parnassus-berg (Blauwe berg), als bescherming tegen de aanvallen van ontvluchtte slaven in de regio (onder andere uitgevoerd op de plantage La Providence).

1717-1722 - Berg en Dal biedt goud en suiker


Onder bergdirecteur Salomon Herbert Sanders uit Hessen werd vanaf 1717 werd te Berg en Dal naar goud gegraven. Gouverneur Hendrik Temming liet deze activiteiten in 1722 stoppen, vanwege de beperkte hoeveelheid opbrengsten ten opzichte van de kosten.

Gouverneur Temming vond Berg en Dal geschikt als suikerrietplantage. Hij liet aan beide kanten van de Suriname rivier land aan zichzelf toekennen, en bij een veiling kreeg hij ook de staande gebouwen en de gronden van de goudmijn in zijn bezit. De suikerplantage was toen in totaal 5000 akker (ruim 2000 hectare) groot, en werd bewerkt door zo'n 80 slaven.

1722 - Charlotte van der Lith verschijnt ten tonele


In 1722 arriveert Charlotte van der Lith (latere mevrouw de Cheusses) in Suriname, die een belangrijke rol zal gaan spelen in de geschiedenis van Berg en Dal. In 1724 (19 december) trouwt zij in Paramaribo met de gouverneur (en weduwnaar) Hendrik Temming (eigenaar van de plantage Berg en Dal).

1728 - Gouverneur Temming komt te overlijden


In 1728 komt Gouverneur Hendrik Temming te overlijden. Na zijn overlijden zijn zijn bezittingen geinventariseerd. In de beschrijving van Berg en Dal staat onder andere vermeld: "... een stenen woonhuis van 29 x 55 vt., ingedeeld in Voorhuis, twee kamers, en een magazijntje. Bevloerd met bruinhart planken, bezolderd met Wana planken. Vaste trap naar de zolder. Vensters met schuiframen en Engelse "glaasen" in de kozijnen ...".

1728 - 1734 Charlotte van der Lith trouwt wederom een gouverneur


De opvolger van Gouverneur Temming werd Charles (Carel) de Cheusses (Gouverneur van 1728 tot zijn dood in 1734). Charlotte van der Lith bleef na de dood van haar 1e man in het gouverneurshuis wonen, ook toen de nieuwe gouverneur er zijn intrek nam, en trouwde met haar nieuwe huisgenoot Gouverneur Charles de Cheusses in 1729. Tijdens deze periode vond er nog een voorval plaats, want op 28 juni 1730 vielen bosnegers de plantage Berg en Dal aan, waar op dat moment de slaven bezig waren suikerriet te kappen. De slaven sloegen op de vlucht, en weerde zich met messen en suikerrietstokken. De blanken van de plantage schoten op het alarm van de slaven toe, vonden onderweg de gevluchte slaven en gaven sommigen van hen geweren en anderen kapmessen. Gewapend trokken zij gezamenlijk naar de plaats van de aanval. De bosnegers werden ingehaald door de slaven, één van de bosnegers werd gevangen en gedood, de rest wist te ontkomen.

1734 Charlotte van der Lith trouwt voor de derde keer een gouverneur


Ook toen in 1734 Gouverneur de Cheuses overleed bleef Charlotte van der Lith (de Cheusses) in het gouverneurshuis wonen, en trouwde in 1737 voor de 3e keer met een gouverneur, ditmaal de nieuwe gouverneur van Suriname; Joan Raye.

1735-1737 Berg en Dal wordt houtplantage


In de periode van Raye's gouverneurschap (1735-1737) wordt Berg en Dal (waar Charlotte Elisabeth van der Lith eigenaresse van is) in een houtplantage omgezet. Echter het rendement van de houtplantage is waarschijnlijk beperkt geweest. De hoge grond was beduidend minder vruchtbaar dan de rijke kleigrond aan de benedenrivieren, en bovendien lag de plantage geïsoleerd hoog aan de rivier, ver buiten de bescherming van het Cordonpad.


Gezicht op Berg en Dal
Bron: Kleynenberg
Na de dood van Raye (1742) zal Charlotte van Lith nog trouwen met de Waalse predikant Anthonie Audra, en later wederom een predikant, Martin Duvoisin. Van der Lith overleefde alle 5 haar mannen.

Na 1753 lijkt het een tijdje rustig in Berg en Dal, als Charlotte van der Lith komt te overlijden, en haar 3 kinderen een voor een terugkeren naar Nederland. De waarde van Berg en Dal bij haar overlijden wordt geschat op 96.888 gulden. Charlotte van der Lith is begraven te Fort Zeelandia.

Van der Lith was een van de eerste ambitieuze carrierevrouwen, en heeft haar 5 huwelijken gebruikt als middel tot het bereiken van haar doel. Mogelijk heeft zij ten onrechte een negatief imago gekregen doordat informatie over haar alleen is nagelaten door tegenstanders.

1768 - Komst van De Hernhutters


Christophel Kersten (1733-1796) is de volgende persoon die een belangrijke rol zou gaan spelen bij de ontwikkeling van Berg en Dal. Kersten was een missionaris van de Evangelische Broeder Gemeente (Hernhutters), die vanuit Duitsland werd uitgezonden naar Suriname. In het pand naast de kerk (Paramaribo) van die gemeente begon hij met een kleermakerij op 29 juni 1768, welke uitgroeide tot het grootste handelshuis van Suriname. De Evangelische Broedergemeente (Unitas Fratrum), waarvan de leden Hernhutters of Moravische Broeders worden genoemd, zijn een piëtistische kerkelijke opwekkingsbeweging daterend uit de eerste helft van de 18e eeuw.

1793 - 1843 - Berg en Dal ontwikkelt zich verder als houtplantage


Het eigendom van Berg en Dal in deze periode was als volgt:
1793 - erven wed. B. du Voisin
Directeur van de plantage was N. Blom.
1821, eigenaar: Raye van Breukelen
1843 - erv. Raye van Breukelerwaard ; erv. wed. H.Z. Couderc ; wed. J. Viruly geb, Couderc
De directeur was J. C. Kemper Berg-en-dal was in die tijd een grote houtplantage met 264 slaven. De oppervlakte bedroeg 9750 akkers


Afbeelding van de kerk te Berg en Dal van rond 2000
Bron: Reisverslag Nirvana: http://home.planet.nl/~g.broertjes/
Vermeld wordt dat te Berg en Dal hadden de slaven meer vrijheden dan op andere plantages, en zeer trouw schenen te zijn aan hun eigenaren.

1839 - De Hernhutters in Berg en Dal


Het zendingswerk van de Hernhutters concentreerde zich op de vele Surinaamse plantages. In 1839 werd op de plantage Berg en Dal de eerste kerk ingewijd.


1863 - Afschaffing slavernij


Op 1 juli 1863 wordt de slavernij in Suriname afgeschaft. De afschaffing is in het Sranan bekend als keti koti, wat zoveel betekent als gebroken ketenen. Keti koti wordt herdacht met een viering. In Nederland wordt er onder andere aandacht aan besteed middels het Kwakoe feest in Amsterdam. Kwakoe is de naam van een weggelopen en weer gevangengenomen slaaf die het symbool is geworden voor de drang naar vrijheid.

Als tegemoetkoming werd aan de eigenaren van de slaven voor hun verlies 300 Gulden per slaaf uitbetaald. Voor de eigenaren van Berg en Dal (met 315 slaven) kwam dit op 94.500 Gulden, die tot in de kleinste mede-eigenaarsaandelen werden uitbetaald. Tegelijkertijd werden er voor het eerst achternamen in de moederslijn toegekend. Namen die in Berg en Dal werden toegekend zijn Helstone, Herrenberg, Hongerbron, Horb, Lemberg, Muringen, Seedorf en Walden.


Verkoop van slaven op een slavenmarkt in Suriname
Bron: Kennisnet.nl

1882 - Hernhutters eigenaar van Berg en Dal



Bron: Geschiedenis CKC
Korte tijd na de afschaffing van de slavernij namen de nazaten en erven van Charlotte Elisabeth van der Lith het besluit tot verkoop van de plantage Berg en Dal. In 1870 wordt de zendingsfirma van de Herrnhuter Brüdergemeine (EBG), Christoph Kersten & Co (CKC) in Paramaribo eigenaar van het grootste gedeelte van de plantage, in 1882 volgt ook de rest. Berg en Dal wordt hoofdzendingspost voor het zendingswerk in het bosland. Vanaf 1914 werd Berg en Dal als hoofdzendingspost voor het bosland opgegeven vanwege tropenziektes en door de slechte of helemaal ontbrekende medische zorg.


Kaart uit 1877 waarop het gebied 'Berg en Daal' en de 'Blauwe Berg' terug te vinden zijn
Bron: Het KIT

20e eeuw - Leegloop van Berg en Dal



De politiepost te Berg en Dal, welke tevens
dienst heeft gedaan als winkel.


Politiepost te Berg en Dal aan de Surinameriver
Bron: Anda Suriname
Aan het einde van de 19e eeuw werd een politiepost ingericht, waar in 1895 2 agenten werkzaam waren (in 1945 nog maar 1). De toen op de goudvelden boven van Berg en Dal werkzame gouddelvers waren verplicht om zich hier telkens aan- en afmelden. De post had ook als functie toe te zien op betaling van belasting. Bovendien was Berg en Dal af en toe rechtbank voor gerechtelijke behandelingen van misdaden op de goudmijnen. In deze tijd existeerde een regelmatige stoombootdienst van en naar Paramaribo.

Met de komst van het Brokopondo stuwmeer (ten zuiden van Berg en Dal) kwam er ook een wegverbinding tussen Paramaribo en het het meer. Hierdoor werd 1968 Berg en Dal voor het eerst over de weg bereikbaar. De bewoners vertrokken, veelal naar Paramaribo. Tijdens de binnenlandse oorlog (1986 - 1992) was Berg en Dal praktisch onbewoonbaar.



Heden en toekomst


De voormalige plantage is nog steeds eigendom van CKC en ca. 2400 hectare groot (verdeeld aan twee kanten van de Suriname rivier). Inmiddels heeft de charme en ligging van Berg en Dal weer enkele bewoners getrokken die zich tevens hebben verenigd in een stichting. De stichting heeft als doel oud bewoners terug te laten keren en Berg en Dal weer levendige gemeenschap te maken.



Carlo Demidoff, beter bekend als Caatje, is een van de (huidige) bewoners van Berg en Dal. Hij is na zijn terugkeer uit Nederland in Berg en Dal gaan wonen, en reeds enige jaren bezig met het opnieuw leven inblazen van Berg en Dal als plantage, hij verbouwt hiervoor allerlei producten. Caatje kijkt uit naar de komst van de River Lodge -welke volledig zal voldoen aan de eisen van het E.U. Eco Label-, vanwege de ontwikkelingen die het project met zich mee zal brengen. Niet in de laatste plaats omdat hij hoopt zijn lokaal verbouwde producten op een dag geserveerd te zien op de borden van de gasten.

Inmiddels is het meest tastbare erfgoed van het zendelingwerk te Berg en Dal niet meer te bezichtigen; de kerk is ingestort tijdens de Kerst van 2003.

Bij de ontwikkeling van het project zal de politiepost in zijn oude staat worden hersteld, en gaat dienst doen voor het ontvangst van de gasten van de lodge.



Maria Sibylla Merian



Maria Sibylla Merian op het oude briefje van 500 Duitse Mark.
Bron: Wikipedia
De Duitse kunstenares Maria Sibylla Merian (1647-1717) vertrok in 1699 op 52 jarige leeftijd met haar dochter naar Suriname. De reden om de reis -die in die tijd enkele maanden duurde- te maken was haar passie voor het afbeelden van bloemen, vruchten, insecten en reptielen. Zij bracht haar tijd onder andere door in Providentia (Providence), ten noorden van Berg en Dal aan de Suriname rivier gelegen.

Haar schilderingen zijn in 1705 uitgegeven in het boek 'Metamorphosis Insectorum Surinamensium', welke later ook vanuit het Latijn naar het Nederlands is vertaald. Dit boek wordt nog steeds gezien als een van de allerbeste boeken over Surinaamse insecten.

Kijk voor meer informatie op: http://home.wtal.de/hh




Bronnen


Wikipedia over berg en dal Link
Geschiedenis plantage berg en dal Link Geschiedenis van suriname Link
Geschiedenis CKC Link
Verhaal van Jan en Lygia Link
Geschiedenis politie suriname Link
Geschiedenis charlotte van der lith Link
Oude kaarten van suriname digitaal (hoge kwaliteit!) Link